Waarom heb ik altijd honger?

Altijd honger hebben is niet vreemd. Je brein en hormonen bepalen voor een groot deel hoeveel trek je voelt.

Waar komt je hongergevoel vandaan?

Misschien vraag je je af waarom je zo vaak honger hebt. Of waarom de drang om te eten soms ineens heel sterk kan zijn, zélfs als je kort daarvoor nog hebt gegeten. Die eetdrang (ook wel craving genoemd) heeft niet alleen met wilskracht te maken. Je brein speelt hierin een grote rol.

In je hersenen zijn er twee belangrijke systemen die bepalen wanneer je honger hebt, hoeveel trek je voelt en hoe moeilijk het is om eten te weerstaan.

Twee systemen in je lichaam die bepalen wanneer je honger hebt:

1. Je honger- en verzadigingscentrum (hypothalamus)

De hypothalamus is het deel van je hersenen dat regelt wanneer je honger krijgt en wanneer je verzadigd bent. Het ontvangt signalen uit je lichaam die aangeven:
Ik heb energie nodig
of juist: Ik heb genoeg gegeten
Bij sommige mensen werken deze signalen anders. Je kunt dan vaker honger ervaren, minder snel een vol gevoel krijgen of langer trek houden na het eten. Dat ligt niet aan jou. Het heeft te maken met hoe jouw lichaam en brein zijn ingesteld.

2. Het mesolimbisch beloningssysteem: de bron van cravings

Dit systeem zorgt voor cravings, ook als je geen lichamelijke honger hebt. Het speelt een rol bij beloning, plezier en motivatie. Hierin zijn twee begrippen belangrijk:

  • Wanting: het sterke verlangen naar bepaald eten (bijvoorbeeld doordat je het ziet, ruikt of eraan denkt)
  • Liking: het fijne gevoel dat je verwacht te krijgen van dat eten

Deze processen maken eten extra aantrekkelijk, vooral suikerrijk en vet eten. Dat verklaart waarom cravings soms zo plotseling en moeilijk te weerstaan zijn.
Tegenwoordig richt de behandeling van overgewicht en obesitas zich daarom niet alleen op minder eten, maar ook op het begrijpen en beïnvloeden van honger en cravings. Samen met een zorgverlener kun je leren omgaan met deze signalen en ondersteuning krijgen die past bij jouw lichaam en brein.

Een lesje over hormonen

Je hongergevoel komt niet alleen voort uit een lege maag of uit wat je eet. Het wordt voor een groot deel aangestuurd door hormonen.

Bij mensen met obesitas kan deze hormoonhuishouding verstoord raken. Daardoor sluiten honger- en verzadigingssignalen soms niet goed aan bij wat je lichaam daadwerkelijk nodig heeft. Je kunt dan vaker of sterker honger ervaren, zelfs als je genoeg hebt gegeten.

Deze disbalans ontstaat vooral door de samenwerking, of juist het ontbreken daarvan, tussen drie belangrijke hormonen.

Dit zijn de drie belangrijkste hormonen

Ze zijn van invloed op je hongergevoel.

1. Hongerhormoon : Ghreline

Ghreline wordt aangemaakt in de maag en zet je hongergevoel aan. Als je maag leger raakt, stuurt ghreline een signaal naar je hersenen: het is tijd om te eten.
Bij sommige mensen wordt relatief veel ghreline aangemaakt. Daardoor:

  • ontstaat sneller honger
  • blijft honger langer aanwezig
  • wordt het lastiger om te stoppen met eten

 

2. Verzadigingshormoon Leptine

Leptine wordt aangemaakt in de vetcellen en geeft normaal gesproken aan wanneer je genoeg hebt gegeten. Bij obesitas komt vaak leptineresistentie voor. Dat betekent dat er wel veel leptine wordt aangemaakt, maar de hersenen het signaal niet goed meer oppikken. Het gevoel “ik zit vol” blijft dan uit. Hierdoor kun je blijven eten, terwijl je lichaam eigenlijk geen extra energie nodig heeft.

3. Stress hormoon

Cortisol

Cortisol helpt je lichaam om met stress om te gaan. Bij langdurige stress staat je lichaam te vaak in een soort overlevingsstand. Een verhoogd cortisolniveau kan honger- en verzadigingssignalen verstoren en zorgen voor meer trek in snelle suikers en vet eten.

Dat geeft tijdelijk energie, maar houdt de stressreactie ook in stand. Hierdoor kan het extra moeilijk zijn om te stoppen met eten.

Wist je dat…

Hoe meer vetcellen je lichaam heeft, hoe groter de kans dat je hormoonhuishouding uit balans raakt? Daarom is het belangrijk om obesitas serieus te nemen en niet te lang met klachten rond te blijven lopen. Vroege en passende ondersteuning kan veel verschil maken.

Wat kun je doen?

Omdat hormonen zo’n grote rol spelen bij honger en eetdrang, is het belangrijk om niet alleen naar je gedrag te kijken, maar naar het hele plaatje.

Bespreek samen met een arts, diëtist, leefstijlcoach of GLI-coach wat er in jouw lichaam speelt

Heb je veel stress, spanning of onverwerkte gebeurtenissen? Dat kan letterlijk invloed hebben op je hormonen en hongergevoel. Bespreek dit met je huisarts.

Speelt aanleg (genetica) een grote rol? Ook dan zijn er mogelijkheden voor begeleiding en behandeling die bij jou passen

wat is obesitas
Stappenplan