Waarom heb ik overgewicht?
Wat heeft er allemaal invloed op mijn gewicht?
Overgewicht of obesitas ontstaat bijna nooit door één oorzaak. Bij iedereen is het anders. Vaak is het een combinatie van factoren die elkaar beïnvloeden. Sommige daarvan kun je (deels) veranderen, andere niet.
Als je al veel geprobeerd hebt, maar niks werkt, kun je je behoorlijk gefrustreerd voelen. We vinden het belangrijk om je te vertellen dat het niet ligt aan jouw wilskracht. Het goede nieuws is dat je wel kunt onderzoeken wat bij jou meespeelt. Door samen te kijken naar jouw situatie, ontstaat er ruimte voor een aanpak die bij je past. Je hoeft dit niet alleen te doen.
6 factoren die invloed kunnen hebben op je gewicht:
Deze zes factoren laten zien welke invloed verschillende aspecten kunnen hebben op jouw gewichten waarom het per persoon verschilt.
1. Leefstijl
Je dagelijkse gewoontes.
Hoe je leeft heeft invloed op je gewicht. Denk daarbij aan:
- Wat en hoe vaak je eet
- Hoeveel je beweegt
- Hoe je slaapt
- Alcoholgebruik en roken
Leefstijl speelt vaak een rol bij gewicht, maar staat nooit los van de rest. Begeleiding door een leefstijlcoach maakt vaak deel uit van het GLI-traject (Gecombineerde Leefstijlinterventie), dat je via je huisarts kunt aanvragen. Een leefstijlcoach kijkt niet alleen naar voeding of beweging, maar naar het geheel: wat past bij jou en jouw leven.
2. Hoe je je voelt
Mentale factoren.
Stress, sombere gevoelens, angst of verveling kunnen invloed hebben op je eetgedrag. Je eet dan soms meer of anders, zonder dat je lichaam echt honger heeft.
Ook ingrijpende gebeurtenissen of langdurige psychische klachten kunnen een rol spelen. Ze kunnen invloed hebben op:
- je energie
- je eetpatroon
- je stofwisseling
In gesprek gaan met je huisarts kan helpen om patronen te herkennen en te doorbreken. Dat kan óók een positieve invloed hebben op je gewicht.
3. Medicijngebruik
Bijwerking van medicijnen.
Sommige medicijnen hebben als bijwerking dat je sneller aankomt of dat afvallen lastiger wordt. Dat ligt dus niet aan jou.
Het kan helpen om dit met je huisarts te bespreken. Soms is een alternatief mogelijk, of kun je extra ondersteuning krijgen bij voeding en leefstijl. Een diëtist of het GLI-traject kan je hierbij begeleiden.
4. Hormonen
Die regelen je hongergevoel.
Hormonen spelen een grote rol bij honger, verzadiging en stofwisseling. Hormonale veranderingen of aandoeningen kunnen je hongergevoel, verzadiging en stofwisseling beïnvloeden, waardoor afvallen moeilijker kan zijn.
Door te ontdekken of hormonen een rol spelen, kun je samen met jouw zorgprofessional gerichte oplossingen vinden.
Als je het gevoel hebt dat dit bij jou meespeelt, dan kan je samen met je huisarts of praktijkondersteuner samen met jou onderzoeken wat er aan de hand is en welke stappen passend zijn.
5. Erfelijkheid
Soms zit het in je genen.
Je genen bepalen deels hoe je lichaam gewicht opslaat en verbrandt. Als overgewicht veel voorkomt in je familie of je sneller aankomt, kan erfelijkheid een rol spelen. Niet iedereen heeft dezelfde genetische aanleg. Sommige mensen komen nu eenmaal makkelijker aan dan anderen. Dat betekent niet dat er niets mogelijk is.
Er zijn altijd manieren om je fitter te voelen en beter in je vel te zitten. Denk aan ondersteuning van een diëtist, coach of andere zorgverlener. Bespreek dit gerust met je huisarts. Je hoeft het niet alleen te doen.
6. Hersenen
Veranderingen in je hersenen (hypothalamus).
Soms ligt de oorzaak van obesitas bij veranderingen in je hersenen, bijvoorbeeld in de hypothalamus. Dit deel van je hersenen regelt onder andere je honger en energieverbruik.
Dit kan een rol spelen bij:
- Een sterke eetlust vanaf jonge leeftijd
- Hersenletsel
- Medische behandelingen, zoals bestraling
Door dit te onderzoeken, kan een zorgverlener helpen om een aanpak te vinden die beter aansluit bij jouw lichaam.
Je hoeft het niet alleen te doen
Obesitas is een complexe en chronische aandoening. Het is geen kwestie van simpelweg ‘meer wilskracht’. Door samen met een zorgverlener te kijken naar wat bij jou meespeelt, ontstaat er ruimte voor begrip én passende hulp. Bespreek dit gerust met je huisarts of praktijkondersteuner.

